Mariken van Steen is binnen Buurtdokters verantwoordelijk voor het soepel laten verlopen van alle facilitaire- en vastgoedzaken. Wat hebben huisartsen aan haar expertise? Hugo van der Wedden sprak met haar.
Wat doe je precies bij Buurtdokters?
‘Ik beheer het vastgoed in de breedste zin van het woord. Als een huisartspraktijk in ons netwerk een verbouwing nodig heeft, dan praat ik met het team en zorg ik voor een functioneel ontwerp zodat iedereen een prettige werkplek krijgt. En als een verhuizing noodzakelijk is zoek ik naar een geschikte locatie en overleg ik met alle stakeholders, zoals de gemeente. Is de praktijk in de basis prima? Dan kijk ik naar achterstallig onderhoud, brandveiligheid, contracten, verzekeringen en Arbo-technische zaken. Ook beoordeel ik of de financiële druk lager kan. Als er te veel ruimte is, kan er wellicht een kamer worden verhuurd aan een andere zorgverlener, of misschien kan er iets met de ruimte als de huisartspraktijk dicht is?’
Een brede functie dus, wat is het leukste onderdeel?
‘De puzzel bij een verbouwing. Er kan vaak veel meer met een ruimte dan huisartsen denken. Waarom verhuizen als je extra kamers kunt creëren op de huidige plek? En ik vind het heerlijk om een nieuwe ruimte zo in te delen dat het prettig werken wordt voor iedereen. Toen ik het oorspronkelijke ontwerp zag voor de nieuwe locatie voor Marktkwartier ben ik meteen mee aan de slag gegaan, en heb het omgetoverd in een heerlijke werkplek met ruimte voor iedereen.’
Stel dat je als huisarts niet bij Buurtdokters aangesloten bent…
‘Dan moet je het zelf regelen. Er zijn natuurlijk genoeg kleine huisartspraktijken die graag meer ruimte hebben, bijvoorbeeld voor een POH, of om te groeien qua populatie. Maar dan moet je verhuizen of je bestaande locatie slimmer indelen. Sowieso gaat daar veel tijd inzitten, offertes opvragen en zo. En huisartsen missen doorgaans de bouwkundige expertise. Juist daar gaat het vaak mis met verbouwingen, of pakt het onnodig duur uit. En dat geldt niet alleen voor huisartsen.’
Hoe bedoel je dat laatste?
‘Je hoort regelmatig dat er conflicten ontstaan tussen de opdrachtgever en de aannemer rond verbouwingen. Ook bij renovaties van huizen of kantoren. Dat komt omdat de betrokkenen lost in translation raken. De leek stuurt de vakman aan. En de leek kan niet in vaktermen uitleggen wat de bedoeling is of overziet de consequenties van de wensen niet helemaal. De aannemer heeft wél bouwkundige expertise, maar wil doorgaans snel aan de slag en luistert niet altijd even goed. Verwachtingen worden zodoende niet waargemaakt en dan ligt ruzie en teleurstelling op de loer.’
Dat klinkt alsof je daar ervaring mee hebt.
‘Het is zelfs de belangrijkste reden dat ik voor dit vak heb gekozen. Ik studeerde communicatiewetenschappen en was hiervoor merkstrateeg bij een creative agency, tot ik mijn huis ging verbouwen. Mijn ex sprak ’s ochtends vroeg met een aannemer. Een warrig verhaal. De aannemer knikte continu, maar boven zijn hoofd rezen allemaal vraagtekens. Op weg naar buiten vroeg ik aan mijn ex wat ie nu eigenlijk wilde. Hij antwoorde, waarop ik zei: tegen de aannemer heb je toch echt iets anders gezegd. Ik weer terug naar de aannemer: begrijp je nu wat de bedoeling is? Schoorvoetend gaf hij toe geen enkel idee te hebben. Toen heb ik het hem helder uitgelegd, in vaktermen.’
‘Het was toen dat ik me plots realiseerde dat ik de bouw met de paplepel heb binnengekregen. Mijn vader heeft altijd een houthandel gehad en mijn moeder was toegepast vormgever. Ik bleek opgegroeid in die wereld! Daarna heb ik me omgeschoold. Met de combinatie van communicatieve inzichten, aanleg voor ontwerp en kennis van de bouwwereld ondersteun ik nu dus huisartsen vanuit Buurtdokters.’
Tot slot: veel huisartsen kampen met ruimtegebrek. Wat zou je landelijk veranderen om dit probleem tegen te gaan?
‘Ik sprak laatst een stedenbouwkundige uit Amsterdam. Ondanks een verleden in het zorgdomein had ze geen idee hoe belangrijk het is om een vaste huisarts te hebben. Daar gaat het al mis. Bij de inrichting van een nieuwe wijk gaat de aandacht uit naar wonen, winkels en reisbewegingen, maar dat mensen een vaste huisarts nodig hebben wordt snel over het hoofd gezien. Gemeenten en verzekeraars moeten wat dat betreft meer verantwoordelijkheid nemen en ruimte creëren voor de huisarts. Nu doet de huisarts mee in de vrije markt, maar wel met een arm op de rug, want een hoge huur doorberekenen kan niet. Daarnaast is maatwerk nodig. Een huisartspraktijk op het platteland in Groningen heeft andere wensen en eisen dan een praktijk in de binnenstad van Amsterdam.’